
v.l.n.r. Johnny, Bennie, Henry, Florence, Salette, Elzaine, Stephen
Zet een stel verhalenvertellers bij elkaar aan een pittige Indonesische dis en je hebt de avond van je leven. Vooral als het bevlogen verhalenvertellers zijn die geregeld bijeenkomen om de orale traditie in stand te houden.
Het was een hele belevenis om dit mee te maken.

Elzaine en Stephen Tekana
Daar was Stephen Tekana met zijn kalme, meditatieve stem. Heerlijk om je hierdoor te laten meeslepen. Zijn stem bleef souflerend op de achtergrond, wanneer zijn vrouw Elzaine een enkele keer van zich liet horen.

v.l.n.r. Johnny, Bennie, Henry, Florence
Daar was Florence Filton, vol overgave, een en al gebaar, opgewonden uithalend. Haar toneelspel en haar schaterlach werkten op je lachspieren. Daar was haar man Henry met zijn droge humor en provocerende houding. Dit leidde tot de meest absurde discussies.

Salette Cloete
En daar was de jonge Bennie Bock, die constant dubbel lag van het lachen en veelzeggende blikken uitwisselde met zijn nieuwe vlam, Salette Cloete (onze journaliste van Die Kontrei). En dan was daar natuurlijk Johnny, die als ’n regte Afrikaner net zo flink wist uit te halen. Dat leverde een frappant verschil op tussen blanke en bruine humor. Want tot onze verbazing bleek de apartheid een bron van vermaak: ze gierden van het lachen bij het vertellen – al was er ook diepe afschuw bij enkele schokkende verhalen die getuigden van een ongelooflijke wreedheid.
Rond middernacht moest er toch echt naar huis gegaan worden, dus we stapten allemaal naar buiten, de kou in. Er kwam alleen geen eind aan de woordenstroom. Nog even dit ene verhaal. Vooruit dan maar, nog eentje. Nee, moet je horen. Ruim een uur later, iedereen inmiddels tot op het bot verkleumd, was het dan zover dat de eerste in zijn auto stapte. De rest volgde vanzelf als makke schapen. Wat heet – luid claxonerend om toch nog even het laatste woord te hebben.